• Bouwen met mensen, bouwen aan een club — in gesprek met Christiaan Driessen
    Tussen de velden van VV Jonathan en de dynamiek van het familiebedrijf beweegt Christiaan Driessen zich met dezelfde energie: bouwen, verbinden en vooruitkijken. Als mede‑eigenaar van Driessen Food runt hij een logistiek familiebedrijf en is versleverancier van professionele producten voor de horeca. Op de club kun je hem als bestuurslid langs de lijn of in een commissie tegenkomen.
     
     
    Zijn liefde voor voetbal begon als klein jongetje met twee geïmproviseerde doeltjes, lekker buiten spelen met de bal op straat bij opa en oma. Het groeide uit tot blijvende betrokkenheid voor de club. In het technisch bestuur denkt hij mee over ontwikkeling, ambitie en cultuur. Want of het nu gaat om een bedrijf of een voetbalvereniging: volgens Driessen draait succes uiteindelijk om mensen, vertrouwen en vooral heel veel plezier.
     
    Christiaan, wat is zwaarder: een drukke werkdag bij Driessen Food of een training bij het Korps Mariniers?
    Ik vind het allebei leuk en zinvol, dus ‘zwaar’ zou ik het niet noemen. Bij het Korps Mariniers was het destijds fysiek afzien; een werkdag bij Driessen is weer intens op een andere manier, door het schakelen, nadenken en in gesprek zijn met medewerkers en klanten.
     
    Klopt het verhaal dat je ooit met een mitrailleur op een dak in de hitte hebt gelegen? En wat was het spannendste moment uit die periode?
    Ik ging in ’88 als dienstplichtige het leger in en zat met een kleine verlenging bijna twee jaar bij het Korps Mariniers. Een fantastische, leerzame tijd in een elite-eenheid; we trainden ook met Nederlandse commando’s. Na zes maanden opleiding in Rotterdam (Van Gentkazerne) werd ik uitgezonden naar Aruba. Tropisch eiland; buiten de trainingen om voelde het in het begin bijna als feest.
    Na een dag of vier, vijf kwam er ineens een serieuze oproep: scherpe munitie in de wapens. Dat deed je normaal alleen op de schietbaan, dus even slikken. We moesten als de wiedeweerga naar het postkantoor in Oranjestad. Ik was MAC‑schutter (een soort mitrailleur) en werd daar, met een helper, op het dak geposteerd. Er zat een zware drugsleider op het eiland die opgepakt werd; men verwachtte mogelijke vergeldingsacties vanuit Venezuela, er lagen zelfs schepen voor de kust.
    We hebben daar ongeveer twee weken lang op en af geposteerd; vijftien uur wacht, dan een uur of acht slapen in een tentje beneden via de ladder, en weer omhoog.Dat was het spannendst. Daarnaast maakten we mooie oefeningen mee, zoals voor de kust van Sint‑Maarten: via touwladders van een groot schip afdalen en van hoogte in rubberboten springen, om ‘aan te vallen’ richting een olieraffinaderij. Fictief natuurlijk, samen met Amerikanen en Fransen. Heel intens, heel leerzaam — en ja, net even wat anders dan een werkdag bij Driessen Food”.
     
    Wat heeft het Korps Mariniers je geleerd dat je nog elke dag gebruikt als ondernemer of bestuurder?
    Doorzetten en discipline. Het zat er al in, maar is daar echt gevormd. Wapens schoon, je omgeving op orde, scheren; het zijn details die staan voor een mentaliteit. Dat gebruik ik nog steeds: afspraken nakomen, structuur, en doorgaan als het lastig wordt.
     
    Wat staat er thuis op tafel bij de familie Driessen: comfortfood of een culinair hoogstandje uit het Driessen‑assortiment?
  • Dit is gelijk een leuk bruggetje naar de Driessen Groep: we staan bekend om onze versgroepen — verse vis, verse groente & fruit, zuivel en vlees — die we zelf snijden en bewerken met ambachtelijke slagers, poeliers, groente‑, kaas‑ en visspecialisten alles in huis. Daarbovenop hebben we een lijn gemaksproducten waarmee we professionele keukens ontzorgen; mise‑en‑place uit handen nemen, zodat je met minder personeel toch kwaliteit levert.

  • Thuis op de Waterigeweg eten we heel gewoon en houden we rekening met alle wensen en keuzes die gemaakt worden. Onze oudste dochter is vegan, de jongste eet halal, en mijn vrouw, zoon en ik eten alles. Door de week vaak pasta — ook omdat onze zoon veel sport en lang op niveau speelde (Jonathan → jeugdopleiding FC Utrecht, later Roda JC, daarna GVVV en nu terug bij Jonathan, met focus op zijn studie psychologie). Soms pakken we culinair uit en testen we producten, bijvoorbeeld uit gemaksassortiment Christoffels, als er vrienden of familie zijn, dan kan mijn vrouw Daan hier prima mee overweg.
     
    Wat is het gekste dat je ooit hebt gegeten?
    Ik ben culinair opgegroeid, dus er kwam van alles voorbij. Slang — doet in smaak denken aan kip. Kikkerbilletjes — een beetje als kwartel, óók kippig en erg lekker. Paardenvlees — iets zoeter en malser dan rund; in Utrecht zitten nog paardenslagers op de Kanaalstraat en Amsterdamsestraatweg. En ja, ook insecten (sprinkhanen, wormen): prima te eten als je de knop even omzet. Konijn en duif idem: heerlijk vlees, al vinden sommigen het bijzonder.
     
    Geboren en getogen in Zeist… voel je je als ondernemer verantwoordelijk om de familiegeschiedenis en tradities voort te zetten?
    Ik ben geboren in Zeist, Slotlaan 289, en in het Zeister Ziekenhuis. Later verhuisden we met het bedrijf naar Bunnik toen ik zestien was. Daar had ik een prachtige tijd: als spits bij Bunnik 1, jarenlang barkeeper (eerst De Beesd, later Brothers) — daar heb ik mijn vrouw leren kennen. Ik sportte veel (tafeltennis, waterpolo, boksen, judo) en ik ga graag naar grote sporttoernooien; de Olympische Spelen staan nog op mijn wensenlijst voor later. Wij zijn inmiddels vierde generatie — “de Driessentjes".
    Die verantwoordelijkheid voel ik, maar ik ben ook realistisch: in de versmarkt moet je continu fors investeren; het is een markt van grote getallen. Ik sluit niet uit dat we de komende jaren meegaan in een fusie of samenwerking. Nu ligt de dagelijkse leiding bij een managementteam; mijn broer en ik zijn meer adviseurs. Daardoor kan ik me richten op new business en omzetontwikkeling — daar krijg ik energie van.
     
    Wanneer wist je: Driessen Food groeit door tot totaalversleverancier?
    In 1992 namen mijn broer en ik het bedrijf over. We zagen meteen: alleen wild, gevogelte en vlees is niet genoeg. We importeerden al vanuit Rungis in Parijs, de ‘buik van Parijs’, waar leveranciers uit de hele wereld zitten (vis, groente & fruit, zuivel, vlees). Ik liep er in de jaren negentig veel rond om inkoop te organiseren en heb hier ontzettend veel geleerd.
    Een van onze eerste beslissingen was om de externe inkoper in Parijs los te laten en zelf de inkoop te doen. Het was hectisch: ik studeerde commerciële economie (maandag‑/dinsdagavond en vrijdagmiddag/-avond naar school), we runden zes dagen per week het bedrijf, op zondag voetbalde ik, en zaterdagavond stond ik vaak achter de bar. Druk, maar ook ontzettend leuk.
    We voegden de versgroepen stap voor stap toe; verse vis was de laatste — complex, met veel discipline in de organisatie. Daarboven bouwden we een paraplu van gemaksproducten over alle versgroepen, zodat restaurants verse kwaliteit kunnen inkopen én die met onze toevoegingen makkelijk verwerken op het menu.
     
    Hoe bewaak je ondanks groei de familiaire cultuur waar Driessen om bekendstaat?
    Na corona zaten we, mede door een overname van een vis‑ en vleesbedrijf, op 230–240 medewerkers. We bedienen twee markten. De ‘gast’-kant: alles voor horeca — hotels, restaurants, strandtenten, golfclubs — inclusief transport. En de ‘klant’-kant: consumenten die thuisbezorgd krijgen via partijen als HelloFresh, Marley Spoon, Flink, Crisp en Picnic. Die thuisbezorgmarkt is recent wat afgekoeld; daardoor hebben we het personeelsbestand iets verkleind. De familiaire cultuur houd je levend door zichtbaar te zijn, aanwezig te blijven, in gesprek te blijven en continu aandacht te hebben voor wie we zijn en hoe we met elkaar werken. Dat mag nooit verslappen.
     
    Je bent ook actief in het technisch bestuur van VV Jonathan. Waar komt die band met de club en de liefde voor voetbal vandaan?
    Mijn rol bij Jonathan ontstond via de voetbalcommissie. Alles wat met voetbal te maken heeft valt daaronder: selecties (heren/dames), jeugd, niet‑selectie, scheidsrechters, keepers, medisch, wedstrijdzaken, hoofd jeugdopleiding. Daarnaast kijk ik mee met de sponsorcommissie, zat ik in de nieuwbouwgroep van het clubgebouw en denk ik mee over de inrichting.
    De liefde begon jong. We woonden boven de zaak op de Slotlaan; mijn opa en oma op de Eikenlaan hadden twee doeltjes — één bij de buren en één bij henzelf. Vanaf m’n derde of vierde was ik aan het trappen. In Bunnik woonde Leo van Veen (Mister FC Utrecht) in onze straat — als jongetje kijk je daar tegenop. Later, terug in Zeist, woonden we op Vollenhove, Antonlaan, Brinkweg, en nu op de Waterigeweg — ik kijk vanuit huis uit op de velden van VV Jonathan en woon hier met ontzettend veel plezier.
    Mijn zoon begon als driejarige in de ballenbak en vanaf dat moment ben ik eigenlijk niet meer weggegaan. Ik zag veel potentie: mooi logo, sterke identiteit, groeiruimte. En ik hou van bouwen en ontwikkelen. Daarnaast ben ik fan van FC Utrecht. Als kind wilde ik sportjournalist worden; met een bandrecordertje liep ik rond in de oude Galgenwaard, via Leo van Veen kwam ik soms in de sponsorruimte. Ik maakte mini‑interviews, werkte die thuis uit tot een krantje voor de familie — en met dat geld ging ik met m’n neef naar uitwedstrijden. Vaak met de supporterstrein; je maakt wat mee, maar vooral: passie en plezier.
     
    Je hebt een druk bestaan met bedrijf en gezin. Waarom maak je tóch tijd vrij voor de club?
    In een woord “Ontspanning”. “Een bedrijf runnen is prachtig. Jonathan — en ook FC Utrecht — is voor mij een andere wereld, waar ik m’n hoofd ook leeg kan maken. Het is een hobby en hobby’s kosten tijd. Ik krijg veel energie van mensen verbinden, communiceren, en mensen in hun kracht zetten. Dat wij‑gevoel — samen bouwen — daar doe ik het voor.
     
    Welke lessen uit het ondernemerschap neem je mee in de ontwikkeling van spelers en teams?
    Plezier en motivatie zijn essentieel. Kinderen moeten kunnen groeien, samenwerken, een team vormen, en in hun kracht komen. Natuurlijk werk je serieus aan prestaties, maar het moet leuk blijven — anders gaat de motor uit.
     
    Bij Driessen draait veel om teamwork, logistiek en vertrouwen. Geldt dat ook voor een voetbalclub?
    Teamwork en vertrouwen zijn de basis, zeker in een club die grotendeels met vrijwilligers werkt — net zo goed als in mijn bedrijf. Geef mensen ruimte, laat ze fouten maken en zich ontwikkelen, en bied ondersteuning met opleidingen of cursussen. Bij Jonathan doen bestuur en commissies dat voor vrijwilligers en betaalde krachten; bij Driessen is dat de HR‑afdeling. Logistiek speelt ook mee op de club, maar minder zwaar dan vertrouwen en samenwerking.
     
    Wat moet de kracht van VV Jonathan blijven in de komende jaren?
    Plezier, vertrouwen en een veilige omgeving voor iedereen. Positieve energie. Negativiteit en gemopper leveren weinig op; heb je de energie niet, dan kun je beter thuisblijven. En ja, de club mag groeien: meer leden, meer vrijwilligers, hogere ambities — maar altijd met gezelligheid, plezier en sportiviteit voorop.
     
    Eén wens voor de toekomst — voor Driessen Food én de club?
    Voor Driessen Food: continuïteit en winstgevendheid. In je kracht blijven, zelfstandig of via fusie/samenwerking — groei is noodzakelijk in deze markt. Voor Jonathan: ambities op selectie‑ én breedtesport, aandacht voor de niet‑selectieteams, en meer betrokken vrijwilligers. In de jeugd ligt onze basis en de toekomst. Sportief samen bezig zijn en voor iedereen, van heel jong tot ouder en met- of zonder handicap is onze wens.
    Sportief gezien: ons eerste team binnen vijf jaar naar de eerste klasse; alles daarboven is bonus. Tegelijk investeren in jeugd, betere trainers, goede faciliteiten, een nieuw clubgebouw dat dagelijks open is, met bijvoorbeeld fysiotherapie op de club en een geweldige horeca faciliteit — dat verhoogt ook het rendement. Het kost tijd en energie, met ups en downs, maar met positieve mensen kan er heel veel.
     
    Wat wil je de leden van VV Jonathan persoonlijk meegeven?
    Blijf positief. Het is geweldig om samen te bouwen aan zo’n club. Leid je leven positief; blijf niet hangen in negativiteit — het leven is kort. Geniet van de mensen om je heen, van je vrienden op de club en van je werk. Geniet van de club — en blijf vooral positief.