Winnen of verbeteren?

Ruud-BijnenLaatst vertelde ik aan iemand dat voor mij winnen niet het belangrijkste is als trainer. Zijn antwoord was “dat ik dan maar beter nooit trainer van een eerste seniorenelftal moest worden”. Hij kreeg direct bijval van enkele omstanders. Mij was al langer bekend dat veel mensen er zo over denken. Toch kan in mijn beleving een andere doelstelling dan alleen “de winst” je als voetballer én als trainer veel verder brengen. Misschien dat onderstaande illustreert dat ik daarmee wel een punt heb.

Omdat mijn ouders me altijd ontraadden hadden te voetballen, begon ik pas als voetballer op mijn achttiende op het niveau reserve zesde klasse. Ik vond mezelf voetballend redelijk talentloos, maar had wel loopvermogen en de wil om het maximale uit het voetbal te halen. Het begon in 1987 met elke zondagochtend voetballen tussen dikke buiken en bierluchten. Ik stopte als actief voetballer in 1999. Ik had toen twee jaar gevoetbald op het niveau reserve eerste klasse en een wedstrijdje of twintig meegepikt in vierde klasse en derde klasse KNVB-teams bij drie verschillende verenigingen. Toen ik onterecht teruggezet werd naar een lager niveau, ben ik gestopt. De groei was er uit en daarmee het plezier voor mij.

In de tussenliggende jaren was ik alleen bezig mezelf te verbeteren. Ik keek zelden naar de ranglijst en was niet bezig met winnen. Ik wilde alleen maar optimaal voetballen en scoren. Ik had geen trainers die me vertelden hoe ik me moest verbeteren. Ik stak wel bijna letterlijk elk vrij uurtje in het voetbal een paar straten van huis vandaan op een veldje met een elektriciteitshuisje waar ik tegenaan kon trappen (dat heb ik tot mijn 31e volgehouden). Ik keek op televisie welke manieren van trappen er waren en probeerde het uit, steeds nauwkeuriger. Ik trapte de bal hard tegen de muur en liep er hard op af om de bal goed te leren aannemen.

Een jaar op de universiteit en in dienst hielpen me ook, omdat daar prima voetbalvelden met doelen beschikbaar waren en er onderling veel werd gevoetbald. Eén trainer zag het in me zitten en zorgde dat ik uit het tiende, van het zesde, naar het derde werd gehaald en twee keer per week kon trainen op een hoger niveau. Hij nam me ook mee naar het tweede toen hij daar trainer van werd. Ik ben hem nog altijd dankbaar.

Ik kreeg in mijn “loopbaan” één gele kaart toen ik volgens de scheidsrechter een bal wegtrapte. Ik was geïrriteerd door een grensrechter die me drie keer kort achter elkaar onterecht afvlagde voor buitenspel en trapte de bal recht omhoog en ving hem weer netjes op. De scheids, toch al in de zeventig, vond het een kaart waard. Je wordt al snel te braaf genoemd als je nooit een gele kaart pakt, maar hoeveel kaarten zijn nu echt nodig als de focus op de kwaliteit van je eigen spel ligt?

In de laatste wedstrijden speelde ik in het eerste van mijn club in Brabant op derde klasse KNVB-niveau. Ik kwam daar naast één jongen te spelen (van een vijftal) waar ik als klein jochie van elf jaar oud enorm tegenop keek. Zij speelden toen namelijk in de D1 bij een echte voetbalclub en waren “echt goed”, dacht ik toen. Met trots kan ik nu zeggen dat ik ondanks dat ik tien jaar later begon met clubvoetbal dan deze vijf jongens er qua niveau drie passeerde (eentje was onderweg gestopt) en één evenaarde. In mijn laatste wedstrijden speelde ik namelijk samen met de enige overgeblevene. In mijn laatste jaren als voetballer werd er in de hogere elftallen altijd gekeken door mijn trainers en teamgenoten naar de ranglijst en was winnen of verliezen een issue voor hen. Voor mij werd het goede of slechte gevoel bepaald door hoe we gespeeld hadden en vooral ook door hoe ik zelf gespeeld had. Dat liep niet altijd parallel met winst of verlies. Zolang ik mezelf zag groeien, vond ik het mooi.

Tegenwoordig als trainer baal ik natuurlijk als we verliezen, maar veel meer bepalend in dat vervelende gevoel is de manier waarop we gespeeld hebben. Als we meedoen bovenin, dan ga ik stiekem eens naar de ranglijst kijken en verder is het bezig zijn “mijn” jongens te verbeteren als individu en als team. Voor mijzelf als trainer ben ik erg kritisch en zal ik de schuld allereerst bij mezelf zoeken en niet bij het team als het voetballend niet goed gaat. Sterker nog: de spelers mogen ook naar mij kritisch zijn, want ook van hen feedback kan ik regelmatig wat leren. Ik wil groeien als trainer.

Mijn moraal van dit verhaal
Het bezig zijn met vooral willen winnen, leidt volgens mij af van waar het eigenlijk om gaat: Het maximale uit jezelf willen halen en groeien als voetballer, als team en als trainer. Focus op “winnen” laat mensen zich vaak met de verkeerde zaken bezighouden en men gaat zich dan bemoeien met de tegenstander, de scheidsrechter, schwalbes worden geoorloofd, tijdrekken, taken en discipline wordt losgelaten, emotie krijgt de overhand, gele kaarten, rode kaarten en het objectief analyseren van wedstrijden wordt een stuk moeilijker zo niet onmogelijk. Blijft je gedachte echter bij “het optimale uit jezelf willen halen”, dan verschuiven deze gedachten allemaal naar de achtergrond en is er plaats voor groei en ontwikkeling. Misschien verlies je in het begin wat meer, maar op termijn moet de winst vanzelf komen, toch?

Ruud Bijnen is trainer van Jonathan A1

Reageren? Stuur een e-mail naar
ruud@trigger.nl