Groene Leeuwinnen

Frank SlijperTijdens de voetballoze zomermaanden volg ik met plezier de overige sporten die ons in die periode worden aangeboden. Tennis op Wimbledon en Roland Garros, het WK atletiek. Prachtige sport. Het maakt me niet uit of het een mannen- of vrouwenstrijd is, ik geniet van beide. Ook bij volleybal, hockey, turnen en schaatsen maak ik geen onderscheid tussen geslacht. Tieten of geen tieten, het is de ultieme sportbeleving die me boeit. Maar ik ben niet geheel zuiver in de leer. Er blijkt toch een seksuele discriminant in mij te schuilen. Een vrouw op een racefiets boeit mij bijvoorbeeld helemaal niet. Leontien van Moorsel belichaamde mijn afkeer: na iedere koers moest eerst een potje mascara op de ogen worden gesmeerd alvorens zij de pers te woord stond. Op dat moment was voor mij de glans van de overwinning al verdwenen. Na de finishlijn wil ik zweet, snot en kwijl zien, geen barbiepop.

Wel eens vrouwen zien darten? Een dameskransje heeft blijkbaar ooit gevraagd of ze eens mocht doen. Nou, vooruit dan maar. Het oogt tamelijk sneu. En wees eerlijk, pijlen moeten toch door mannen worden gegooid. Dat is ons werk, daar hebben we oorlogen mee gewonnen. En nu we toch in ’t café zijn: vrouwelijke biljarters. Heb ik ook moeite mee. In mijn eigen biljartteam speelt nota bene een vrouw. Ze is best lief. Maar mijn progressieve denkbeelden ten spijt, ik kan niet wennen aan een vrouw rond de biljarttafel. Kapsel strak naar achteren, hagelwit overhemd en plooi in de pantalon. Degelijkheid ten top. Moest eigenlijk verboden worden. Zullen we met z’n allen maar gewoon afspreken dat kroegsporten voortaan aan mannen met dikke buiken voorbehouden blijven?

Schoonspringen, dát is voor vrouwen. Schoon springen. Hygiënisch verantwoord blijkbaar, zo’n sprong van de hoge plank. Een typische vrouwensport. Daar moeten mannen zich niet mee willen bemoeien. Maar het kan nog erger, in hetzelfde zwembad: synchroon zwemmen. Dansmariekes in badbak. Ze plonsen in groepsverband het diepe bad in en proberen met een wasknijper op de neus gelijktijdig de beentjes boven het water uit te steken. Met zo’n overdreven niets-aan-de-hand glimlach, ondanks de bijna verstikkingsdood. Ik krijg het er benauwd van. Ik stel voor om vrouwen het exclusieve recht op deze komedie te geven. Dan compenseren we de mannen met het alleenrecht op kroegsporten. Uitstekende deal voor beide partijen.

Vrouwenvoetbal dan. De tijd van flauwe grappen (“Balletje met de borst aannemen! Dekken! Knijpen!”) is gelukkig al lang voorbij. Het wordt al decennia lang geaccepteerd dat vrouwen tegen een bal trappen. De strijd om het Europese Kampioenschap voor landenteams in Finland was onlangs zelfs een kijkcijferkanon. En dat begrijp ik dan weer niet. Het niveau was hooguit vergelijkbaar met dat van een goede derdeklasser bij de mannen. Maar wanneer vrouwen een oranje shirtje aantrekken, staan er geen 150 ingetogen Zeistenaren langs het veld, maar galmen er gek genoeg 1.500.000 landgenoten het Wilhelmus mee. Tamelijk overdreven. Ik heb met een half oog naar twee partijtjes op tv gekeken en het boeide mij voor geen meter. Vrouwen waar we een maand geleden nog nooit van gehoord hadden, werden plotseling ‘Oranje Leeuwinnen’ genoemd. Wat een flauwekul. Van enige chauvinisme was bij mij geen sprake, ik had er niks mee. Ik verlangde in de halve finale zelfs naar de winnende treffer van Engeland. De strafschoppenserie zou mij dan bespaard blijven en ik kon weer naar huilende vrouwen kijken, een garantie na uitschakeling van een vrouwenteam. De hype rond het vrouwenvoetbal was werkelijk te veel van het goede. Voorbeschouwingen, nabeschouwingen, we kregen zelfs een kijkje achter de schermen. Ik moest ineens denken aan de genante situatie bij hun mannelijke collega’s, wanneer tijdens eindtoernooien hun vriendinnen een avondje het hotel worden binnengelaten. Voor de broodnodige gezelligheid, huh-huh. Samen de vakantiefoto’s inplakken. Werden de Oranje Leeuwinnen in Finland ook toegestaan hun vriendinnen een avondje te ontvangen?

Dat het Nederlands vrouwenelftal mij niet boeide, heeft niets met een gebrek aan respect te maken. De meiden zullen op hun niveau wel optimaal gepresteerd hebben. Ontzag voor iedereen die zich maximaal voor zijn of haar sport inzet. In al mijn oprechtheid. Wat te denken van ons eigen vrouwenvoetbalteam bij Jonathan, onze Groene Leeuwinnen. Eind vorig seizoen op sterven na dood, een bedreigde diersoort in het reservaat Achter ’t Slot. Deze zomer werden soortgenoten gezocht en gevonden. De harde kern van ons vrouwenteam weigerde zich neer te leggen bij dreigende uitsterving. Er verschenen oproepen in De Nieuwsbode en op internetsites. Bij winkelcentra en studentenhuizen werden posters opgehangen. Met succes. Er meldden zich voldoende meiden aan om ook dit seizoen een vrouwenteam voor de competitie te kunnen inschrijven. Een leider, een trainer en zelfs een keeperstrainer werden aan de groep toegevoegd en ruim voor aanvang van de competitie startte de voorbereiding. De meiden zochten vervolgens de confrontatie met de voetbalcommissie, want ze namen geen genoegen met slechts één beschikbaar trainingsuur per week. Lastig onderhandelen met stampvoetende vrouwen, dat wel. Ze hebben inmiddels op eigen kracht hun doel bereikt: voldoende speelsters, een begeleidingsteam en trainingsfaciliteiten. Hun ongeremde enthousiasme doet de rest. Vorige week zaterdag speelde het vrouwenelftal haar openingswedstrijd. Op het naastliggende veld speelde ik ook mijn partijtje en dacht tot twee keer toe dat de brandweer over de Koelaan uitrukte. Het bleek het gejuich van de vrouwen te zijn tijdens de met 2-1 gewonnen wedstrijd.

Frank Slijper is doelman van het derde elftal en bestuurslid van voetbalvereniging Jonathan.

Reageren? Stuur een e-mail naar: f.slijper@hypotheekshop.nl